Home
Audio Audio Vintage Kasten Tafels Klokken Trap Dakkamer Badkamer Verlichting Metaal
Mijn kracht ligt in de zeldzame combinatie van een technische achtergrond (HTS Elektronica) en Kunstacademie (Binnenhuisarchitectuur). Hierdoor ben ik in staat oplossingen te creëren op het grensvlak van design en techniek. Elk product is doordacht ontworpen, waarbij het praktisch gebruik, de duurzaamheid, veiligheid en kwaliteit veel aandacht hebben gekregen. Er wordt altijd veel denkwerk verricht, daar heb ik mijn logo (de hersenen) aan te danken, wat om die reden mij is toebedacht. Licht vind ik een belangrijke sfeermaker, die je ook veel terug vindt in mijn ontwerpen. Ik heb ook 4 jaar als Licht-engineer gewerkt in theaters en TV studio's.
CD-covers Radio KC Sissy Cowboys
Muziek is een grote hobby van me.
Vakantie Fauna Schaatsen Natuur Feesten Diversen
Fotografie is een hobby van mij.
Links English
projecten » audio vintage
Luxman tuner T300V Luxman versterker L309 Akai tuner AT-550 Akai versterker AA-5500 Akai versterker AA-5800 Sony versterker TA 88 Sony tuner ST-A6B Sony tuner ST-5000f Sony versterker TA-1130 en ST-5140 Philips platenspeler 212 en 209 Marantz versterker 1070 en Marantz Tuner 104 Thorens Platenspeler TD 166 MK II

Philips Platenspeler 212 en de 209

In de hoogtijdagen van de hifi verscheen in 1972 de 212 met de bekende groene tiptoetsen die typisch Philips waren. De 212 slaat automatisch af aan het einde van de plaat. De 212 was de eerste platenspeler met een tacho-generator waarmee de elektronica het toerental stabiel kon houden.

Twee jaar later kwam de 209 op de markt. Dit was een luxe volautomatische platenspeler met een mooi strak design. Je legt een single of een langspeelplaat op de draaitafel; hij selecteert zelf 45 of 33 toeren en gaat draaien. De plaat-info wordt via drukschakelaartjes in het draaitafelplateau doorgegeven via sleepcontacten. Als je goed luistert hoor je het gesleep daarvan. De platenspeler brengt zelf de naald hydraulisch naar het begin van de plaat. Aan het eind van de plaat keert de arm weer automatisch terug. Dit alles wordt gedaan door twee extra motors; een motor die via een ingenieus treksysteem met een staaldraad de armlift verzorgd. De andere motor zorgt voor de zijwaartse armbeweging.

Ik had de 209 tweedehands gekocht. "Hij moest nieuwe rubberen voeten hebben". Ach dat had ik ook eens gedaan bij mijn oude Micro Seiki. Daar had ik Technics SL-1200 rubberen voeten onder gedaan, want de oude voeten zakten na zoveel jaar door. Dus ik dacht dat het wel meeviel. Ik zag ook dat de powerswitch haperde. Ik wist dat de originele powerswitch niet meer verkrijgbaar was. Verschillende lampjes deden het ook niet meer. Er zitten 9 E10 lampjes in. Nog wat korting gekregen en toch maar meegenomen.

Na zoveel jaar ongebruikt te hebben gestaan was het rubberwerk totaal weggesmolten. In synthetische rubbers zit een weekmaker om de snaar soepel te houden. Maar die zorgt ook dat de snaar op een gegeven moment oplost in een zwarte teerdrab. De aandrijfsnaar en de rubbers van de wielen aan de twee extra motors voor het volautomatische aansturing waren totaal teerdrab geworden. Een heel vies karwei om die weer schoon te krijgen. Gelukkig zijn die rubbers nog verkrijgbaar bij een zaak die de hifi-Philips-nostalgie in ere wilt houden: MFBFreaks.com. Ze hebben ook een powerswitch die op het origineel lijkt. Echter moet je die voor de 209 op vier punten aanpassen wilt hij pas goed passen. Dat mislukte de eerste keer: dus moest ik hem nog een tweede keer bestellen.

Bij Japanse draaitafels zit de demping in de rubberen voeten van de draaitafel. Bij veel Europese modellen zit de rubberen ophanging in de draaitafel zelf. Deze rubbers zijn voor de 209 niet meer verkrijgbaar. Dus het verstellen van de verouderde rubberophanging ging lastig en is nogal precies. Ik heb wel nieuwe vervangende rubbers weten vinden, maar de oude heb ik er nog niet uitgehaald omdat ik de originelen nog net werkend kon krijgen. Ik weet ook niet hoe de nieuwe rubbers gaan passen. Daar wacht ik voorlopig mee zolang het werkt.

Een ander punt is dat destijds Europese audiomerken DIN-aansluitingen hanteerden en de Japanse merken RCA-aansluitingen. De Philips platenspelers hebben een 5-polige DIN-plug. Het linker- en rechterkanaal zijn beiden een symmetrisch signaal (twee draden). Beide kanalen zijn van een aardmantel voorzien. Die aardmantel komt bij de versterker aan het chassis vast zodat verstoringen worden afgeleid. Wil je een Philips platenspeler op een asymmetrische RCA-aansluiting van een Japanse versterker aansluiten dan heb je een speciale pick-up-kabel nodig. De kabel moet tot aan de RCA-pluggen symmetrisch zijn. De aardmantel mag alleen aan de versterker-kant aan de massa van de RCA-plug vastzitten. Dit alles om een irritante brom te voorkomen.

Ik heb nog een Philips GP412-cartridge met naald tweedehands gekocht. De cartridge is de omvormer van de naaldtrillingen naar een elektrisch signaal. De naald brengt via het 'kolenpad' een sterke magneet in beweging tegen een spoel aan; de spoel genereert daardoor een elektrisch muzieksignaal. (MM = Moving Magnet) Men denkt dat de gouden cartridge van GP412 hetzelfde is als de goedkopere zilveren cartridge van de GP401. Alleen de elliptische naald zou anders zijn destijds. Maar dat zou bij vervangnaalden van hedendaags moeilijk te controleren zijn.

audiovintage Philips Platenspeler 209 front audiovintage Philips Platenspeler 212 front audiovintage Philips Platenspeler 212 detail audiovintage Philips-= Platenspeler 212 209 binnenkant audiovintage Philips-= Platenspeler 212 209 binnenkant audiovintage Philips-= Platenspeler 212 209 binnenkant audiovintage Philips Platenspeler 209 detail audiovintage Philips Platenspeler 209 folder


Webdesign by Zodisign